Jan De Vylder Architecten All articles
Ontwerpfilosofie

Binnenkomst zonder deur: wat een lage muur doet met een achtertuin

Jan De Vylder Architecten
Binnenkomst zonder deur: wat een lage muur doet met een achtertuin

Photo: Acabashi, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Er zijn elementen in de Nederlandse woningbouw die zelden de eer oogsten waar ze recht op hebben. De tuinmuur is er zo een. In de meeste projectdossiers duikt zij niet op vóór de laatste vergadering, als onderdeel van de heggroep op de materialenstaat. Terecht? Wij menen van niet. Wie goed kijkt, ziet dat de omsluiting van buiten vóór alles het gevoel bepaalt dat een achtertuin oproept: of men zich daar op een stoep met planten bevindt, of in een echte buitenkamer.

De restruimte als erfenis

De achtertuin zoals die in de loop van de twintigste eeuw ontstond, is in wezen een rekensom. Wat na de bebouwing, de aanlegsteiger en het parkeervak overbleef, kreeg een schutting en heette voortaan tuin. Geen wonder dat die ruimte zich vaak gedraagt als wat ze oorspronkelijk was: een restant. De omsluiting die haar moest definiëren, werd uitgevoerd als afscheiding — functioneel, goedkoop, gedachteloisch. En juist dat gedachteloische is voelbaar, elke dag opnieuw.

De vraag die wij ons stellen in elk ontwerp is daarom eenvoudig maar consequent: wanneer wordt buiten een ruimte om in te zijn, en wanneer blijft het een gebied om doorheen te lopen? Het antwoord schuilt zelden in de oppervlakte. Het schuilt in de rand.

Hoogte als gebaar

Neem een muur van zestig centimeter. Zij nodigt uit tot zitten, tot het neerzetten van een koffiekan tijdens een gesprek aan de tuinrand, tot het uitstellen van de grens tussen binnen en buiten. Een muur van anderhalve meter doet iets anders: zij keert de rug toe aan de buren, niet uit vijandschap maar uit zorg voor het eigen gezichtsveld. En een muur die in hoogte verschilt naarmate men verder de tuin in loopt, vertelt een verhaal — zij begeleidt, zij onthult stap voor stap.

In een renovatie in de randstad zagen wij hoe een dergelijke verschuiving het verschil maakte. De oorspronkelijke omsluiting was een rechtlijnige betonstraat, uniform in hoogte en daardoor nergens interessant. Door één segment te verlagen tot zithoogte aan de kant van het terras en het overige deel te laten doorlopen in een gemetselde band, ontstond er een ritme. De tuin kreeg een voorgrond en een achtergrond, een plek om te ontvangen en een plek om zich terug te trekken. Geen vierkante meter was toegevoegd; alleen de rand was herijkt.

Materiaal dat de toon zet

Ook het materiaal van de omsluiting doet meer dan het lijkt. Een bakstenen muur in hetzelfde formaat en dezelfde steek als de gevel van de woning maakt de tuin tot verlengstuk van het huis — de kamer loopt door, tot aan de erfgrens. Houten latten daarentegen brengen warmte en vergrijselen mooi, maar vragen onderhoud en een andere aansluiting op de bestrating. En beton, mits zorgvuldig in vormgeving en afwerking, kan een ernst en rust uitstralen die geen ander materiaal evenaart.

De kern is dat de keuze nooit neutraal is. Elke materiaalsoort dicteert hoe men de tuin betreedt, waar men gaat zitten, hoe lang men blijft. In een van onze projecten kozen wij ervoor de omsluiting te metselen in hetzelfde baksteenformaat als de woning, maar in een verkeerde verband — een subtiel gebaar dat de muur laat lezen als architectuur, niet als afscheiding. Bezoekers merken het niet bewust, maar zij gedragen zich anders: zij blijven langer staan, zij zoeken de rand op.

De opening als kompositie

Ten slotte de opening. Waar de schutting standaard sluit met een poortje in het midden, kan een opening net zo goed asymmetrisch worden geplaatst, zodat de doorgang het beeld stuurt: een zichtas richting boom, een hoek die pas zichtbaar wordt na het binnenstappen. De opening is in feite een deurloze binnenkomst — een drempel zonder deur, die de tuin tot ruimte maakt met een eigen adresgevoel.

Bescheiden element, grote gevolgen

Wij geloven niet in de tuin als restpost van het ontwerp. De omsluiting verdient dezelfde aandacht als de plattegrond, omdat zij dezelfde vraag beantwoordt: hoe wil men wonen, ook buiten de muren van de woning? Een goed ontworpen tuinmuur is geen hek. Zij is het eerste vertrek van het huis — zonder dak, zonder verwarming, maar met alle ruimtelijke kwaliteiten die een kamer tot kamer maken: omsluiting, maatvoering, licht en uitzicht.

Wie daar de volgende renovatie aan wijdt, ontdekt misschien dat de mooiste ruimte van het huis er altijd al stond. Zij wachtte alleen op een rand die haar serieus nam.

All Articles

Related Articles

Het adres dat niets prijsgeeft: anonimiteit als ontwerpvraag in het straatbeeld

Het adres dat niets prijsgeeft: anonimiteit als ontwerpvraag in het straatbeeld

Achter de haag, vóór de horizon: bescheiden bouwen als stille trots

Achter de haag, vóór de horizon: bescheiden bouwen als stille trots

De echo als eerste bezichtiging: waarom leegte eerlijker is dan styling

De echo als eerste bezichtiging: waarom leegte eerlijker is dan styling